Wikia


VUW

De Winterkoninghal op de Eerste Campus in het Romeins Park in de Oude Wijk van Wikistad was één van de eerste onderwijsspecifieke gebouwen in Libertas. Het huisvest anno 2018 de administratie van de VUW.

Het onderwijs in Libertas kent een leerplicht voor alle 6-jarigen en deze plicht loopt tot de leerling of scholier 18 jaar wordt. Het Ministerie van Onderwijs regelt het publieke onderwijs in Libertas, inspecteert scholen en reikt subsidies uit, maar het zijn de gemeenten en provincies die de publieke scholen beheren.

Het onderwijssysteem in Libertas is verdeeld in groepen en kent een vierledige structuur:

  • Kleuteronderwijs (2 tot 6 jaar)
  • Primair onderwijs (6 tot 12 jaar)
  • Secundair onderwijs (12 tot 18 jaar)
  • Hoger onderwijs (18 jaar en meer)

Libertas volgt sinds de de jaren '60 vooral het Belgische onderwijssysteem qua indeling. Naast de termen primair en secundair onderwijs worden ook wel de "lagere school" en het "middelbaar onderwijs" gehanteerd.

Onderwijs is bovendien één van de grootste werksectoren in Libertas.

ScholenindelingEdit

In Libertas zijn er twee voorname soorten scholen: publieke scholen en private scholen.

Publieke scholenEdit

Publieke scholen worden ook wel staatsscholen, openbare scholen of overheidsscholen genoemd. Historisch gezien waren ze interessanter voor de middenklasse en boeren- en arbeidersgezinnen. Publieke scholen worden volledig gefinancierd door lokale overheden, met name de onderwijsdepartementen van de provincies en gemeenten. Het Ministerie van Onderwijs is als overkoepelend orgaan verantwoordelijk voor deze publieke scholen. Het ministerie heeft een Raad voor het Publiek Onderwijs ingesteld die toezicht houdt op de scholen. De raad werd opgericht in 1958 en werd het eerste algehele orgaan dat overheidsscholen verbond.

Publiek onderwijs is actief in kleuter-, primair en secundair onderwijs. Ongeveer 35 à 40% van de Libertaanse schoolgaande jeugd volgt onderwijs in publieke scholen. Publiek onderwijs is sterk vertegenwoordigd in de hoofdstad Wikistad.

Private scholenEdit

Naast publieke scholen zijn er ook private scholen. Zij komen vooral voort uit katholieke en protestante gemeenschappen. Veel primaire en secundaire scholen werden opgericht door congregaties en kloostergemeenschappen en -orden. Na de Tweede Wereldoorlog en de grote onderwijshervormingen in de jaren '50 en '60 verdwenen deze gemeenschappen uit het onderwijs. Scholen met een dergelijke achtergrond worden confessionele scholen genoemd. Naast godsdienstige achtergrond kunnen scholen ook omwille van onderwijskundige achtergrond een private school zijn (cf. bijzonder onderwijs in Nederland). Dit zijn de methodescholen.

Private scholen kennen geen overkoepeld orgaan dat toezicht uitoefent. Desalniettemin worden ze gecontroleerd en gesubsidieerd - niet gefinancierd - door het Ministerie van Onderwijs. Toch kunnen verschillende private scholen zich verenigen in een scholengemeenschap. Een bekend voorbeeld is het Esdoornse Katholieke- en Protestante Scholengemeenschap waarin een 20-tal primaire en secundaire scholen uit de provincie Esdoornheuvels verenigd zijn. Dergelijke scholengemeenschappen worden meestal opgericht in het kader van levensbeschouwelijke gemeenschappelijke kenmerken. Methodescholen zoals Steinerscholen, Daltonscholen, Freinetscholen etc. zijn meestal verenigd in een scholengemeenschap die wordt beheerd vanuit het buitenland.

StructuurEdit

Het Libertaanse onderwijssystemen wordt gekenmerkt door 12 verplichte leerjaren:

Leerjaar Leeftijd School
- 2,5 Kleuterschool
- 3
- 4
- 5
1 6 Primaire school
(lagere school)
2 7
3 8
4 9
5 10
6 11
7 12 Secundaire school
(middelbare school)
8 13
9 14
10 15
11 16
12 17

KleuteronderwijsEdit

Het kleuteronderwijs (KO) is niet verplicht in Libertas en een besluit om deze onderwijsvorm verplicht te maken vanaf een bepaalde leeftijd werd meermaals door het Parlement afgekeurd. Het kleuteronderwijs is bestemd voor een leeftijd van 2,5 tot 6 jaar, maar is onderverdeeld in twee delen:

Peuterschool (2-3 jaar):

Dit is een soort crèche waar peuters de meest elementaire basis leren door veel te spelen en met andere peuters om te gaan. Kinderen kunnen hier worden ingeschreven vanaf de leeftijd van 2,5 jaar (2 jaar en 6 maanden) en verblijven hier meestal een half jaar tot een jaar vooraleer ze naar de kleuterschool gaan. Peuters kunnen instappen in september, tijdens de kerstperiode of rond de paasperiode.

Kleuterschool (3-6 jaar):

Hier leert men al spelenderwijs enkele kleinigheden. Knutselen en handvaardigheid komen ook voor het eerst te pas en ook aan de taal wordt gewerkt. Kleuters kunnen hier terecht vanaf hun derde levensjaar.

De kleuterschool zelf is onderverdeeld in drie klassen:

  • Eerste kleuterklas: voor kleuters die in het kalenderjaar 4 jaar worden
  • Tweede kleuterklas: voor kleuters die in het kalenderjaar 5 jaar worden
  • Derde kleuterklas: voor kleuters die in het kalenderjaar 6 jaar worden

Veel kleuterscholen bieden zowel een peuter- als een kleuterschool aan. De peuterschool wordt veeleer verwezen als de "peuterklas". Deze klas wordt dan als een instapklas gezien waarna peuters "klaar" zijn voor de kleuterschool. Veel publieke primaire scholen bieden ook een kleuterschool aan, maar de meeste kleuterscholen zijn private scholen.

Primair onderwijsEdit

Primair onderwijs (PO) of lager onderwijs is verplicht voor kinderen vanaf de leeftijd van 6 jaar, tenzij een uitzondering van toepassing is. Het leert de leerlingen schrijven, lezen, vlot en in publiek spreken, tekenen, sporten en rekenen.

Het primair onderwijs bestaat uit zes klassen (zes aaneensluitende leerjaren) en elk kalenderjaar gaat van start op 1 september en eindigt op 30 juni. In de laatste drie jaren van de primaire school komen leerlingen meer en meer in contact met wereldlijke vakken zoals geschiedenis, vreemde talen, wetenschappen en veiligheid en verkeer. Sommige primaire scholen laten hun leerlingen al vanaf het eerste leerjaar kennismaken met talen zoals Engels, Frans of Noords. Sommige primaire scholen bieden godsdienst aan, andere kiezen dan weer voor zedenleer, levensbeschouwing of cultuur. Dit hangt af van het feit of de school in kwestie een publieke school, een private confessionele school of een private methodeschool is

Het primair onderwijs wordt normaal afgelegd in zes jaar, maar uitzonderlijk kan een leerling een jaar overdoen of blijven zitten. Andersom kunnen (hoogbegaafde) leerlingen die voorlopen op hun klasgenoten vroeger doorstromen naar het secundair onderwijs en een leerjaar overslaan.

Secundair onderwijsEdit

Het secundair onderwijs (SO) of middelbaar onderwijs volgt op het primair onderwijs. Leerlingen die hun streefdoelen daar behaalden gaan van start aan een secundaire school in het kalenderjaar wanneer ze de de leeftijd van 12 jaar overschrijden. Secundair onderwijs is ook verplicht en kent net zoals het primair onderwijs publieke en private scholen. Een secundaire school wordt vaak college genoemd. Er zijn zes leerjaren in het secundair onderwijs.

In tegenstelling tot het primair onderwijs kiezen leerlingen zelf voor een studiepakket in de secundaire school. Er zijn talloze studiepakketten die verschillen van college tot college, maar worden ingedeeld in de twee onderwijstypen:

Theoretisch Secundair Onderwijs (TSO):

Vergelijkbaar met ASO in België en VWO in Nederland. Algemene, theoretische vakken worden benadrukt en het TSO geldt dus als voorbereiding op hoger onderwijs. Theoretische vakken zijn bv. wetenschapsvakken, economie, vreemde talen, geschiedenis, cultuur en wiskunde. In de eerste twee jaren is TSO is het grootste deel van het lessenpakket voor alle richtingen gelijk. Slechts 5-10 uur verschilt van richting tot richting. De laatste twee jaren verschillende TSO-richtingen veel meer en kunnen leerlingen een meer geïndividualiseerd studiepakket samenstellen. Scholen die in het verleden enkel TSO-richtingen aanboden worden ook wel humaniora genoemd. Sporthumaniora en kunsthumaniora combineren respectievelijk sport en kunst met wetenschapsvakken.

Praktisch Secundair Onderwijs (PSO):

In het PSO worden de leerlingen praktischer gedoceerd. Er zijn wel veel gradaties, van de erg praktische richtingen automechanica en houtbewerking tot het halfpraktische richtingen zoals voeding en verzorging of handel. Het PSO-onderwijs wordt ook gekenmerkt door stages die leerlingen ondernemen. Sommige richtingen van het PSO vereisen een zevende secundair leerjaar en zijn niet gericht tot verder studeren in het hoger onderwijs terwijl andere dan weer doorstroomrichtingen vormen met een verkorte studie aan een hogeschool.

Naast TSO en PSO bestaat er ook het SKO. Dit is het Secundair Kunstenonderwijs waar vaak kunst wordt gecombineerd met een TSO-richting. Praktijkvakken zoals dans, beeldende kunst, architecturale vorming, etc. vullen dan het lessenpakket aan. SKO-scholen komen minder en minder voor en worden meer en meer geïntegreerd in het TSO-onderwijs. Hiernaast bestaat ook het SSO, oftewel het secundair sportonderwijs. Deze onderwijsvorm loopt parallel met SKO en combineert sportrichtingen met TSO of PSO.

Hoger onderwijsEdit

Het hoger onderwijs is voor de leeftijdscategorie van 18 en ouder. Meestal komen de studenten uit het TSO, maar ook SKO en PSO komen sporadisch voor. Voor een lijst van hogeronderwijsinstellingen, zie hier.

Er zijn twee vormen van hoger onderwijs:

Hogeschool:

Hogescholen zijn hoger onderwijsinstellingen die iets minder theoretisch zijn dan universiteiten. De opleidingen duren doorgaans minder lang en na afloop van de opleiding wordt verwacht dat de student in staat is een beroep uit te oefenen.

Universiteit:

Universiteiten zijn de hoogste onderwijsinstellingen en zijn doorgaans erg theoretisch en wetenschappelijk qua leerstof. Universitaire opleidingen duren langer en leiden vaak naar beroepen in het onderwijs, de wetenschap of de rechtsgeleerdheid.

Hogescholen bieden bacheloropleidingen aan. Universiteiten bieden zowel bachelor- als masteropleidingen aan.

Speciaal onderwijsEdit

Speciaal of buitengewoon onderwijs (BGO) is de benaming voor een alternatief van gewoon secundair onderwijs. Kinderen met leer- of gedragsproblemen kunnen na de primaire school terecht in aparte scholen waar voldoende aandacht gegeven wordt aan deze problemen door de juiste professionele leraren. Deze buitengewone scholen zijn meestal publieke scholen. Er zijn ook primaire speciale scholen, maar deze zijn allemaal private scholen.

Kinderen in het speciaal onderwijs terecht kunnen zijn visueel gehandicapte kinderen, kinderen met communicatieproblemen, doven en slechthorenden, kinderen met leerstoornissen, lichamelijk gehandicapte kinderen en kinderen met gedragsstoornissen of psychiatrische problemen. Deze laatste categorie van leerlingen kan pas sinds 2003 terecht in het BGO na een zeer controversiële stemming het Parlement. Het Ministerie wil ook langdurig zieke kinderen een mogelijkheid bieden om hun secundaire studies te voltooien in een verkort traject via het BGO.

SchooljaarEdit

Het Libertaanse school- of leerjaar in zowel het primair- als secundair- en hoger onderwijs loopt van september tot juni. Het jaar neemt aanvang op de eerste weekdag van september en eindigt op de laatste weekdag van juni. In het secundair onderwijs wordt hiervan lichtjes afgeweken en krijgen scholieren vroeger dan de laatste weekdag van juni vrij aangezien de eindexamenperiode is afgelopen en de zomervakantie 'vroeger' begint. Officieel eindigt ook in het secundair onderwijs het schooljaar op de laatste weekdag van juni. In het hoger onderwijs is de regeling nog meer afwijkend aangezien het schooljaar hier, afhankelijk van de universiteit of hogeschool in kwestie, later in september kan starten en kan doorlopen tot de eerste week van juli. Ook de vakantieregeling in het hoger onderwijs verschilt van instelling tot instelling en stemt niet altijd overeen met die van het primair en secundair onderwijs.

In primaire en secundaire scholen zijn er traditioneel gezien vier lesvrije periodes: eind oktober/begin november (één week), de kerstperiode (2 weken), de paasperiode (2 weken) en de zomervakantie die loopt van eind juni tot begin september. In het hoger onderwijs kunnen de lesvrije periodes overeenstemmen met die van het primair- en secundair onderwijs, maar dat is niet noodzakelijk aangezien elke hogeronderwijsinstelling dit zelf bepaalt. Bovenop de lesvrije periodes zijn alle scholen dicht op alle wettelijke feestdagen en kunnen scholen zelf een bepaald aantal vrije dagen inlassen die ze zelf kunnen bepalen.