Wikia


Rubeus Van Draak

Rubeus Willem Alexander Van Draak (5 december 1860 - 22 juni 1913) was een Libertaans lid van de adel. Een zoon van de afgetreden Koning Rubeus II en Charlotte Van Neyt, zijn vader werd tijdens de Libertaanse Revolutie van 1859 gedwongen af te treden. Rubeus was tussen zijn vaders dood in 1905 en zijn eigen dood in 1913 troonpretendent van het voormalige Koninkrijk Libertas. Bij monarchisten stond hij bekend als Rubeus III of de "Koning in Muntegu", een verwijzing naar zijn geboorte- en woonplaats. Rubeus mocht wel de titels Hertog van Avia en Newport en Graaf van Noordstrand behouden na het overlijden van zijn vader.

Rubeus Van Draak nam in 1908 deel aan de vervroegde presidentsverkiezingen nadat hij aanhang had gevonden binnen de Christelijke Partij. Hij verloor de verkiezingen van de liberaal August De Coster en trok zich terug in Frankrijk. Rubeus ligt begraven in de Sint-Martinuskathedraal in Muntegu.

BiografieEdit

Jeugd en familieEdit

Charlotte Van Neyt (familie)

Een jonge Rubeus met zijn vader en moeder.

Rubeus werd geboren in 1860 en groeide op in Le Palace in Muntegu als tweede kind van Rubeus II en Charlotte Van Neyt. Voor zijn geboorte hadden zijn ouders reeds een zoontje, Willem genaamd, gekregen, maar hij overleed enkele maanden na de geboorte. Ruim een jaar voor zijn geboorte werd zijn vader in november 1859 gedwongen af te treden als Koning van Libertas en verloren alle leden van de koninklijke familie hun titel als Prins of Prinses van Libertas. Het absolutistische bewind van zijn vader werd aan banden gelegd, de koning moest de macht overdragen aan president Joseph Boskerk en hij werd onder huisarrest geplaatst in Muntegu.

Rubeus, ook wel bekend als de Derde, groeide op in de rustige periode na de Libertaanse Revolutie. Bij zijn geboorte keurde het Parlement in Wikistad een regeling goed waarbij de strenge huisarrestregels die op zijn vader van toepassing waren, ook op hem van kracht waren. De vroegere koning verzocht Boskerk toestemming om zijn vrouw en pasgeboren zoontje naar Brunant te sturen waar hij rustig opgevoed kond worden, maar dit verzoek werd geweigerd. Rubeus groeide dus in Muntegu op met zijn broers en zussen Joseph, Elisabeth, Johannes en Josephina.

Bij Rubeus' geboorte werd deze bovendien titulair Hertog van Doveburcht. Dit is de titel die de koning aan de eerste persoon in de lijst van de troonopvolging geeft. In Muntegu erkenden veel monarchisten de afgetreden Rubeus nog steeds als hun koning en zijn zoontje Rubeus als de Hertog van Doveburcht. Zijn oom Rupert was zijn peter en voornaamste opvoeder.

De jonge Rubeus ging naar school in Muntegu en sprak vloeiend Nederlands, Frans, Duits en Engels. Zijn vader had in 1878 een verzoek ingediend om zijn oudste zoon naar de Koninklijke Marine te sturen, maar president Gerhard Hendriksen weigerde het verzoek.

Einde van het huisarrestEdit

In 1880 werd het huisarrest van de voormalige koningsfamilie opgeheven. Rubeus ging op verzoek van zijn vader bij de Koninklijke Marine waar hij de rangen beklom en uiteindelijk luitenant werd. Hij bezocht ook Brunant waar zijn moeders broer Pieter Van Neyt president was geworden. Enkele jaren na het einde van zijn huisarrest en na zijn militaire opleiding bezocht Rubeus de andere Europese hofhoudingen. Van zijn vader had hij de opdracht meegekregen om de ideale vrouw te zoeken waarmee hij moest trouwen en de dynastie verder mee moest zetten. De jonge Rubeus bezocht onder andere Brussel, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen en Italië. Hij werd bevriend met Henri d'Artois in Parijs. Beide vonden steun bij elkaar als troonpretendenten van Libertas en Frankrijk. In België verbleef hij lange tijd aan het hof van koning Leopold II en deed er inspiratie op voor zijn latere politieke carrière. In 1889 werd het huwelijk met prinses Alexandra van Anhalt geregeld, maar Rubeus' vader stemde op het laatste moment niet in met het huwelijk.

In de jaren '90 van de 19e eeuw reisde Rubeus ook naar Afrika en Azië. Hij bezocht onder andere de Belgische kolonie Congo en ook Siam en China. Op deze reizen rondom de wereld legde hij vele contacten met andere vorsten en prinsen wereldwijd. Rubeus nam onschatbare souvenirs mee van zijn vele reizen. Zijn persoonlijke collectie bestond uit zwaarden en andere wapens, archeologische vondsten, tapijten, sieraden en honderden boeken. Deze verzameling, bekend als de Rubeuscollectie, werd na zijn dood overgebracht naar Wikistad en is momenteel te bezichtigen in het Koninklijk Paleis en het Staatsmuseum. In 1894 werd hij ook peter van de Brunanter prins Hendrik.

Rubeus Van Draak

Ondertussen probeerde zijn oom Rupert zich te mengen in de Libertaanse politiek. Hij verzocht de adel een boycot te starten met financiering van de staat. Dit zou leiden tot grote economische problemen in Libertas. Op deze manier eiste de adel terug meer inspraak. Vervolgens werd in 1884 door president Louis Van Dinter, zelf een edelman, de Grote Kamer opgericht. Deze kamer werd een onderdeel van het Parlement en gaf de adel meer inspraak in wet- en regelgeving. De relatief jonge Rubeus werd een zetel geweigerd omdat hij als troonpretendent misschien teveel invloed zou kunnen uitoefenen. In 1885 hield hij wel zijn eerste toespraak voor de Grote Kamer.

In de tussentijd bleef Rubeus Van Draak actief in de Koninklijke Marine als luitenant en later zelfs als kapitein-ter-zee. Hij nam afscheid van zijn militaire carrière in 1891.

HuwelijkEdit

In de Villa Pianore in Italië leerde Rubeus in 1894 de twaalf jaar jongere Luisa Maria kennen. Zij was een dochter van Robert van Bourbon-Parma en Maria Pia der Beide Siciliën. Het huwelijk vond plaats in 1896 in Frankrijk en werd door Rubeus' moeder Charlotte geregeld. Luisa Maria schonk hem vijf kinderen:

PolitiekEdit

Vanaf eind jaren '90 begon Rubeus zich actief te mengen in de Libertaanse politiek. Samen met zijn oom Rupert zocht hij aanhangers binnen de Christelijke Partij. Na de afschaffing van de Grote Kamer had de staat immers te kampen met een lege schatkist. Rubeus wilde onder andere de opkomst van de Arbeiderspartij stoppen door middel van politieke blokkeringsmiddelen. Rubeus financierde de katholieken in het Parlement en werd door de Liberale Partij beschuldigd van belangeninmenging en omkoperij. Ze vergeleken hem met Napoleon III die via presidentsverkiezingen keizer van Frankrijk werd. Zijn vader riep hem op het matje en zei dat "het geen tijden waren voor zulke zaken". Rubeus de Derde keerde zijn vader de rug toe en verhuisde naar Brunant. Daar vroeg Koning Pieter II hem beleefd of hij Brunant wilde verlaten. De Brunanter vorst vreesde immers dat zijn volk de komst van Rubeus Van Draak ging beschouwen als een teken van steun aan een absolutistisch bewind en revolutie. Hierop keerde Rubeus voor twee jaar naar België waar hij werd welkom geheten door zijn oude vriend Leopold II. Zijn vrouw en kinderen nam hij mee. Zijn jongste zoon Robert werd in 1903 in Brussel geboren.

Troonpretendent en presidentskandidaatEdit

Bij het overlijden van zijn vader in 1905 keerde Rubeus terug naar Muntegu. Hij werd door de trouwe en loyale aanhangers van de monarchie tot Koning van Libertas uitgeroepen. Deze titel zou overgaan op zijn jongste zoon Robert in 1913. In Muntegu sprak hij de monarchisten toe als hun koning, maar Rubeus deed, in tegenstelling tot zijn vader, verder nooit aanspraak op deze koninklijke titel. Hij gebruikte liever zijn geboortenaam Rubeus Van Draak en noemde zijn kinderen geen prinsen en prinsessen. Net zoals zijn vader, die enkel de koningstitel was ontnomen, mocht hij zichzelf wel Hertog van Avia, Hertog van Newport en Graaf van Noordstrand noemen. Dit zijn titels die gekoppeld waren aan de persoon van de Libertaanse koning, maar ook na de afschaffing van de monarchie gebruikt mochten worden. Rubeus ondertekende vanaf zijn vaders dood regelmatig brieven met Rubeus d'Avia. Sommige monarchisten verkozen na 1905 Alfred Van Draak als troonpretendent aangezien hij als enige Van Draak een herinvoering van de monarchie wilde.

Hij hoopte nu ook om als presidentskandidaat naar voren geschoven te worden door de Christelijke Partij. Vele protestanten binnen deze partij stapten hierbij over naar de Liberale Partij omdat ze niet wilden dat Rubeus Van Draak zou worden zoals de Franse Napoleon III, die ook eerst als president verkozen werd om daarna zichzelf tot keizer uit te roepen. De katholieke aanhangers binnen de partij steunden zijn kandidaatstelling wel en voerden de grootste verkiezingscampagne sinds de instelling van de post van president in 1859. In 1908 nam Rubeus Van Draak namens de Christelijke Partij deel aan de vervreogde presidentsverkiezingen. Hij kreeg de steun van de adel en van rijke industriëlen zoals zijn schoonbroer Ray Geleyns. Hij verloor de verkiezing nipt van de liberaal August De Coster die naar voren geschoven werd door zowel de Liberale Partij als de socialisten van de Arbeiderspartij, die een verbond hadden opgericht tegen de monarchistische katholieken, een nooit eerder gezien fenomeen in Libertas.

De monarchistische beweging binnen de Christelijke Partij was aan het begin van de 20e eeuw gegroeid dankzij Rubeus Van Draak, maar de troonpretendent had meegedeeld dat hij niet meer wilde deel uitmaken van de politiek na zijn nederlaag in de presidentsverkiezingen. Hij sprak de monarchisten in Muntegu een laatste maal toe twee maanden na de verkiezing. Hij vroeg zijn aanhangers om hem niet meer als koning te erkennen en om na zijn dood zijn zoon niet te steunen als koning. Hij verklaarde dat de monarchie definitief ten einde was gekomen en er geen pogingen meer moesten ondernomen worden. Van Draak had zijn tegenstander De Coster aangeboden te helpen bij zijn regeringsformatie, maar de liberalen wilden niks weten van de troonpretendent. Deze opvatting van Rubeus strookte met die van zijn neef Alfred Van Draak die Rubeus, en nadien zijn zoon Robert, als monarch erkende.

Laatste jarenEdit

Na de verkiezingen ging Rubeus' gezondheid achteruit. Hij trok zich terug uit de Christelijke Partij en verbleef enkele maanden op zijn landgoed in Zuidpunt en trok nog een laatste maal naar België, maar keerde terug na het overlijden van Leopold II. Hij was ook triest door het overlijden van zijn oudste zoon Ferdinand in 1911. Van Draak verhuisde naar Parijs met zijn zoon Robert en liet zijn vrouw en twee dochters achter in Muntegu. In de zomer van 1912 keerde hij een laatste maal terug naar Libertas en nam zijn familie mee, maar nam definitief afscheid van Libertas. Rubeus Van Draak overleed in 1913 in Turijn. Zijn begrafenis vond plaats in Muntegu en lokte duizenden aanwezigen. Hij werd begraven in de Sint-Martinuskathedraal in zijn geboortestad Muntegu, naast zijn zoon Ferdinand. Deze crypte werd later de koninklijke crypte voor vele van zijn nakomelingen.